Blog Jacco: Everesting op Passo Gardena

Collega Jacco is bedrijfsleider en fietskoerier in Almere. Begin juli heeft hij een bijzondere uitdaging volbracht in de Dolomieten: Everesting – net zoveel hoogtemeters bij elkaar fietsen als de Mount Everest hoog is (8848 meter). Daarna is hij nog doorgefietst tot boven de 10.000 meter. Jacco vertelt graag over deze mooie prestatie.

Met vier man rijden we in een witte Volkswagen Transporter richting het zuiden. De drie mannen, Otto, Tim en reisleider Fried heb ik tot vanmorgen niet eerder ontmoet, maar we delen een gezamenlijke passie en een gezamenlijk doel; het fietsen van de Maratona Dles Dolomites in de Italiaanse Alpen. We maken deel uit van een dertig-koppig gezelschap dat een week in de Dolomieten gaat trainen en op de afsluitende zondag de 138 kilometer lange cyclosportive over bekende passen als de Passo di Giau, Passo Pordoi en Passo Sella gaat rijden. Mijn programma voor de komende dagen ziet er echter iets anders uit. 

We rijden door de rollende heuvels van Noordrijn-Westfalen als reisleider Fried tegen mij zegt: “Zeg, jij was toch diegene die mij had gemaild over dat Everesten? Dat moeten we inderdaad even goed afspreken”. Kort voor ons vertrek had ik Fried op de hoogte gebracht van mijn plannen; met enige angst dat hij zou zeggen: “geen sprake van dat iemand de groep verlaat om de hele nacht aaneengesloten te fietsen” maar gelukkig reageerde hij met een luchtig “interessant” op de uiteenzetting van mijn uitdaging. 

Everesting dus. Al sinds het moment dat ik van het fenomeen hoorde was het zaadje geplant en wist dat ik dit een keer zou gaan proberen. Voor wie niet bekend is met Everesting even een korte toelichting. De uitdaging is vrij simpel; kies een berg, heuvel, brug (alles met hoogteverschil mag) en rijdt dit zo vaak omhoog en omlaag totdat je een hoogteverschil hebt bereikt dat gelijk is aan Mount Everest (8848 meter). Eén rit, geen tijdslimiet, geen slaap. Everesting is ontstaan toen George Mallory (de kleinzoon van bergbeklimmer George Mallory) tijdens het trainen voor een Everest-expeditie de fiets oppakte en de Australische Mount Donna Buang begon te beklimmen. Hij vatte het idee op om de berg, met een hoogteverschil van bijna elfhonderd meter acht maal te beklimmen om zo hetzelfde hoogteverschil te klimmen als Mount Everest hoog is. Een tijd lang bleef het vrij onbekend, totdat social media en vooral Strava het Everesten wereldwijd verspreidde. De officiële regels zijn opgesteld door een groep fanatieke Austalische fietsers die zich Hells500 noemt en inmiddels zijn er meer dan vijfentwintighonderd geslaagde pogingen geregistreerd, waaronder enkele dubbele- en zelfs driedubbele Everests en pogingen op minder voor de hand liggende voertuigen zoals een éénwieler en een Brompton vouwfiets (!). 

Mijn poging plan ik zoveel mogelijk aan het begin van de week om nog wat tijd te hebben om te herstellen voor de ook niet makkelijke Maratona Dles Dolomites. Concreet houdt het in dat ik daags na aankomst direct begin met mijn poging (op woensdagochtend) en verwacht ergens in de loop van donderdagochtnd weer terug te komen bij het hotel waar we met het gezelschap verblijven. Met Fried spreek ik af dat ik hem regelmatig via WhatsApp op de hoogte breng van mijn vorderingen. Geïnteresseerd in deze bijzondere uitdaging, maar worstelend met de vraag waarom iemand dit zou willen doen wenst hij mij veel succes. 

Bij het eerste gezamenlijke ontbijt wordt druk gesproken over de trainingsrit van die dag; het ‘Sella Rondje’, maar dan in omgekeerde rijrichting ten opzichte van de Maratona. Dit komt goed uit, want ik heb mijn Everestpoging gepland op de eerste beklimming van de trainingsronde. Dus waar mijn reisgenoten verder gaan, blijf ik de hele dag en nacht hangen op één en dezelfde klim. Voordat we vertrekken test ik nog even de benen op de klim naar het hotel toe (toch zo’n 190 meter hoogteverschil) en rijd nog even door voorbij het hotel naar het hoger gelegen deel van het dorp. Als we vertrekken rijd ik met een enorme rugzak met daarin diverse sets kleding, lampjes, voeding, powerbanks en overige zaken die ik denk nodig te hebben, richting de eerste (en voor mij enige) klim van de dag, Passo Gardena. 

Een geslaagde poging valt of staat bij de keuze van de juiste berg. Dichter bij huis had ik kunnen kiezen voor het Kopje van Bloemendaal, maar om deze nu 174 keer te beklimmen klonk niet echt aantrekkelijk. Bovendien is hij niet constant genoeg qua gradiënt waardoor je in totaal bijna 450 kilometer moet fietsen. Het zoeken was dus naar een klim die mooi ‘loopt’, met een redelijk gelijk stijgingspercentage gedurende de klim, hoog genoeg is om het aantal repetities beperkt te houden en makkelijk af te dalen is. Daarbij is het handig om enkele hotels en restaurants in de buurt te hebben (zeker als je solo rijdt en geen auto tot je beschikking hebt), het wegdek goed is en ja, een mooie omgeving werkt ook inspirerend. Mijn keuze voor Passo Gardena was vooral een praktische; het lag in de buurt van het hotel. Andere kanshebbers Passo delle Erbe (niet geschikt vanwege een stukje afdaling tijdens de klim – dat is niet toegestaan omdat je dan gebruik kunt maken van momentum) en Passo Capalongo (niet hoog genoeg en vlakt teveel af naar het einde toe) waren al afgevallen. Passo Gardena leek een ideale beklimming; hoogteverschil van 595 meter, mooi geleidelijk stijgingspercentage, voldoende faciliteiten en goed wegdek (bleek later). Ook niet onbelangrijk: op Passo Gardena was nog geen geslaagde Everest gedaan – je mag dan als eerste de berg ‘claimen’.

De pas vormt de verbinding tussen Val Badia en Val Gardena en is 2.121 meter hoog. De weg slingert zich een weg omhoog vanuit Corvara, door Colfosco en vervolgens naar de top van de pas. Onderweg passeer je de skiliften waarvan de cabines als grote M&M’s aan de kabels hun weg omhoog vinden. Ondanks dat de klim meermalen in de Giro d’Italia is opgenomen is het geen legendarische klim zoals de Stelvio of de Passo di Giau. Het bekendste is de pas bij de Nederlandse wielerliefhebbers doordat Erik Breukink in 1989 hier definitief zijn kansen op de eindoverwinning op de Giro vergooide nadat hij een hongerklop had gekregen en veel achterstand opliep op de naburige Passo Campalongo. De eindstreep van deze memorabele etappe was getrokken in het plaatsje Colfosco, op ongeveer een kwart van de totale beklimming. Voor mijn poging ziet de pas er echter prima uit en ik maak mij op voor de vijftien beklimmingen waar ik naar schatting zo’n 22 uur mee bezig zal zijn.

Als basiskamp heb ik een vriendelijke jonge hoteleigenaar, Tommy, bereid gevonden om tegen een zacht prijsje zijn hotel en faciliteiten te kunnen gebruiken (kleedruimte, douche, ontbijt). Als mijn reisgenoten beginnen aan de beklimming buig ik direct af richting het hotel van Tommy om mijn grote rugzak achter te laten, nog even de bidons te vullen, wat eten in mijn achterzakken te stoppen en gewoon maar te vertrekken. Om 11:20 uur start ik met mijn missie Everest.

Op het kleine klimmetje eerder op de ochtend na is dit de eerste serieuze klim sinds een jaar voor mij. Mijn metgezel op deze tocht is mijn nieuwe stalen Cinelli, waarvan de ketting nog niet eerder op het binnenblad van het compact-crankstel terecht was gekomen. Ook merk ik in de eerste beklimming dat van nieuwigheid en het gaan ‘zetten’ van diverse bewegende onderdelen, mijn ketting niet op het grootste tandwiel achter blijft liggen. Omdat ik er vanuit ga dit ik deze kleinste versnelling nog hard nodig ga hebben besluit ik even naar de fiets te laten kijken tijdens mijn tweede beklimming. Ondertussen rijd ik met een iets te grote versnelling en te veel snelheid de pas op; iets dat ik in de volgende twee beklimmingen moet bekopen. Ik vind een fietsmaker in Colfosco (moet ongeveer zijn geweest waar Erik Breukink 29 jaar eerder finishte) die snel tot een juiste afstelling van de derailleur komt. Ik vertel de mechanieker, Giovanni, van mijn onderneming, maar volgens mij snapt hij het niet helemaal en lachend zwaait hij mij weer op weg de berg op. Na drie beklimmingen is het inmiddels bijna drie uur geworden en laat mij afzakken naar Corvara om iets te eten en te drinken. Ook neem ik de tijd om mijn vriendin, Fried en organisator van Everesting Italy, Fabrizio op de hoogte te brengen van mijn vorderingen. Fabrizio heb ik via Facebook leren kennen en heeft in aanloop van mijn poging mij voorzien van tips (hij reed inmiddels zesmaal een Everest) en via social media gezorgd voor de nodige promotie. Ook heeft hij mij geholpen aan een fraai Italiaans vormgegeven outfit van Everesting Italy dat ik van plan ben te dragen op de laatste beklimmingen – doet het altijd goed op de foto’s. 

Beklimming vier tot en met zeven rijd ik achter elkaar door en kom in een mooi ritme. Ook gebruik ik elke beklimming om punten te zoeken om ‘naartoe te fietsen’ zodat je de beklimming in je hoofd in delen opsplitst. Ook zoek ik naar een punt om water te kunnen tappen en vind deze ongeveer halverweg de klim in de vorm van een slang en een waterbak, continue gevuld door de bergbeek waarmee het in contact staat. Ik kom fietsenmaker Giovanni nog twee keer tegen terwijl hij buiten de winkel met klanten bezig is en we zwaaien naar elkaar.

De klim begint in deze fase ook bekend te worden; eerst het deel in Corvara, dat met ongeveer 5% omhoog gaat, dan het dorp uit richting Colfosco; eigenlijk is dit het lastigste deel en het steilste. Ook lichamelijk en geestelijk blijkt dit een lastig punt omdat je hier weer écht begint met een nieuwe klim en vaak erg koud bent geworden in de afdaling. Het is dan ook hier dat ik voor het eerst denk “Waar ben ik aan begonnen” en “als ik dit nog tien keer moet doen dan haal ik het misschien niet”. Ook in het dorp Colfosco stijgt het nog behoorlijk door maar eenmaal het dorp uit lijkt het allemaal wel iets af te vlakken, draait het weer lekkerder, ben ik weer warm gefietst en moet ik eigenlijk lachen om mijn gedachten een paar kilometer geleden. Naar de top toe is er nog een drietal bochten waarin het eerst afvlakt en daarna steiler wordt. Ideaal om even op te schakelen en te gaan staan in de bocht, om vervolgens, na het steilere deel weer terug te schakelen en te zitten. De verzuring die deze inspanning telkens vergt en het herstellen daarvan wordt gaandeweg een graadmeter voor de staat van mijn benen.

De Gardena Pas, die onderdeel uitmaakt van het populaire Sella Rondje blijkt een populaire route; niet alleen voor fietsers, maar ook voor motorrijders en automobilisten. Grote groepen motorfietsen komen met regelmaat voorbij evenals diverse clubs van cabriolet-rijders. Zelfs een groepje supercars (Ferrari’s, Lamborghini’s Porsches en Bugati’s) rijden al driftend door de bochten voorbij. Af en toe hinderlijk maar vaak vermakelijk - al kan ik best zonder al die uitlaatgassen.

Tommy’s hotel sluit van negen uur ’s-avonds tot zeven uur in de ochtend. Dit houdt in dat ik gedurende de nacht geen toegang heb tot mijn basiskamp en de noodzakelijk spullen mee moet nemen in mijn rugzak. Als ik na de zevende klim/afdaling beneden kom is het half negen en besluit mij om te kleden voor de nacht en ergens te gaan eten. Ik trek mijn volledige set winterkleding aan omdat de voorspellingen zijn dat het tegen het vriespunt gaat worden in het dal, dus boven op de pas zou het nog wel eens kunnen gaan vriezen. Ik wens Tommy een goede avond en spreek met hem af rond half acht in de ochtend te gaan ontbijten in zijn hotel en vraag hem gelijk naar een goed restaurant. Hij wijst mij naar Pizzeria Salvan in Corvara, een plek waar ik inmiddels zeven keer was langsgereden en inmiddels al in mijn hoofd zat als mogelijke plek om te dineren. Van buiten ziet het er niet echt aantrekkelijk uit, maar binnen is het een elegante mix van een Tirools ski-restaurant en een Italiaanse trattoria. Ik krijg een tafel toegewezen tussen een groep collega’s die een bedrijfsfeestje vieren en een intiem dinerend verliefd stelletje. Het is inmiddels negen uur ’s-avonds en door de continue focus op het klimmen gaat het mij moeilijk af om te socializen en een praatje te maken met het bedienend personeel. Dan maar de menukaart bestuderen en ik kies voor Tiroolse noedelsoep en een goede biefstuk. Ik stuur weer berichten naar mijn vriendin, reisleider Fried en Fabrizio van Everesting Italy. De laatste moedigt mij direct vurig aan; je bent halverwege, je kunt het! Hij vraagt mij in welk restaurant ik zit en terwijl ik hem via Messenger antwoord bedenk ik mij dat hij de streek wellicht goed kent en daarom dit wil weten. Als ik nét aan mijn hoofdgerecht wil beginnen staan er opeens drie Italianen aan mijn tafel; vrienden van Fabrizio die ook in de vallei zijn om later in de week de Maratona te fietsen. Ze willen mij persoonlijk succes wensen op mijn komende beklimmingen en vragen of ik nog iets nodig heb. Redelijk verbaasd door dit plotselinge bezoek, maar hierdoor ook weer gesterkt om er weer volledig tegenaan te gaan rond ik mijn diner af, bestel nog een espresso en maak mijn fiets verder klaar voor de nacht door lampjes aan mijn stuur en zadelpen te bevestigen.

Het is half elf ’s-avonds als ik begin met beklimming nummer acht. Nu mét rugzak en in het donker. Het is ook al best fris en ik begin te vrezen voor de koude afdalingen. Werd het in beklimmingen zes en zeven al iets rustiger, nu is het helemaal uitgestorven op de pas. Slechts een enkele auto passeert mij en fietsers en motorrijders zijn er niet meer. De rust om mij heen zorgt voor een goede concentratie en ik rijd in stilte omhoog. Onderweg langs vaste punten; het klimpark tussen Corvara en Colfosco, het Ski-viaduct in Colfosco, het punt waar de weg onder de kabelbaan doorgaat; het watertap-punt met het bankje, de lege fles water in de berm, het ‘Arrividerci’-bord op de dorpsgrens en het beginpunt van de haarspeldbochten aan de bovenkant van de pas. De afdalingen zijn inderdaad bijzonder koud en ik besluit om elke klim ten minste éénmaal kort te stoppen. Niet bovenaan de pas, want daar is het veel te koud, ook niet beneden in Corvara bij het keerpunt, maar halverwege bij het watertappunt.

Vroeg in de avond bereik ik het punt waarbij ik in hoogtemeters voorbij mijn eerdere poging ga. Vorig jaar deed ik een poging te Everesten op de Catalaanse Mont Caro, een nietsontziende klim op een volledig lege berg – geen enkele bebouwing langs het traject, met uitzondering van een gebouw voor mobiele communicatie op de top en een fraai Mariabeeld. Een klim die vanaf het begin steil is maar nog wel regelmatig. De laatste vijf kilometer gaat de brede, goed aangelegde asfaltweg over in een smal weggetje met bijzonder slecht asfalt, veel grint en gaten en bovendien geen vangrail. In dit stuk zijn de bochten zó steil dat je je fiets bijna achterover trekt. Een poging die gedoemd was te mislukken omdat ik twee maanden daarvoor een behoorlijke valpartij had gehad waarbij ik mijn pols brak en mijn enkel kneusde; een week voor mijn poging zat ik nog in het gips… Ondanks dat leek het mij goed om de poging door te laten gaan om er van te leren. Na twee van de acht beklimmingen hield ik het voor gezien; mijn enkel deed té veel pijn en de maan die de eerste beklimming nog had verlicht, was volledig verdwenen en maakte vooral de afdaling tot een té gevaarlijke onderneming. Ondanks deze mislukking was mijn enthousiasme om te Everesten niet minder geworden (integendeel zelfs) waardoor ik mij nu midden in de nacht op de Passo Gardena bevind. Véél beter voorbereid dan vorig jaar. Ik ben ruim vijf kilo lichter en heb inmiddels ruim 14.000 kilometer gereden in de eerste zes maanden van het jaar.

Het weer is de hele dag goed geweest; droog en zo’n vijfentwintig graden. De enige bui die in het dal viel kon ik ontwijken omdat ik nét weer aan het klimmen was. De daaropvolgende afdaling was op nat wegdek – tot zover de nattigheid. Het is bovendien volle maan, waardoor de weg continue goed zichtbaar is. Ook zorgt het maanlicht voor een prachtig lichtspel op de omliggende bergketens. Elke beklimming weer nét iets anders dan de vorige.

Bij de elfde beklimming een andere mijlpaal; mijn grootse bij elkaar gefietste hoogteverschil (zes keer Alpe d’Huez) wordt geëvenaard en verbroken. Inmiddels is het aftellen al een beetje begonnen, blijft de échte koude gelukkig uit en kan ik het ritme nog steeds goed vasthouden. Rond vier uur beleef ik mijn eerste volledig verkeerloze beklimming en kort daarna begint er hier en daar weer een vogel te fluiten. Om half vijf gloort het eerste ochtendlicht alweer en ik begin te rekenen hoe vaak ik nog omhoog kan tot het ontbijt om half acht. Ik kom tot in ieder geval dertien beklimmingen. Om half zes kom ik de eerste fietsers van de dag tegen. Lekker om weer wat beweging om je heen te hebben en even aan te kunnen pikken bij de fris uitgeruste klimmers. Als ik afdaal na de dertiende blijk ik nog zoveel tijd over te hebben dat ik besluit naar boven te klimmen tot zeven uur (dus tot ongeveer halverwege) en daarna te gaan ontbijten. Aangekomen bij het hotel word ik begroet door de moeder van Tommy die het ontbijt verzorgd. Ik trek de natte, koude winterkleding uit en neem snel een douche. Ik trek het Everesting Italy outfit aan en betreed de ontbijtzaal. Tussen alle hotelgasten ben ik een vreemde eend in de bijt met mij fietskleding, diverse opladers en waarschijnlijk rode ogen van het rijden in de nacht zonder fietsbril. Ondanks dat het eten tijdens de laatste beklimmingen steeds moeizamer ging, smaakt het ontbijt mij prima; croissantje, vers fruit met yoghurt, zoete regionale koek en een paar cappuccino’s zorgen er voor dat ik relatief fris aan de laatste paar beklimmingen kan beginnen. Omdat ik voor aanvang van het Everesten al 632 hoogtemeters had gemaakt besluit ik om na het Everesten door de gaan naar de magische grens van 10.000 hoogtemeters om zo ‘lid’ te worden van de High Rouleurs Society, bedenksel van de eerdergenoemde Hells500. Ik reken uit tot waar ik moet klimmen op de vijftiende klim om Everest te halen en kom tot de conclusie dat dit punt ligt vlak voor mijn vast stopplaats nét na de kabelbaan bij het watertappunt.

Voorzien van nieuwe energie en frisse, zomerse fietskleding maar vooral ontdaan van de rugzak gaat beklimming 14 bijzonder vlot. De zon schijnt en ik weet nu zeker dat ik het ga halen. In Colfosco gaan de winkels weer open en toevallig kom ik Giovanni wéér tegen al hij zijn sportwinkel opent. De vijftiende beklimming voelt heerlijk aan, eindelijk de laatste, en zelfs deze hoeft niet tot aan de top. Ik pers er nog een versnelling uit om met de totale Everest poging (inclusief stops voor eten en omkleden) binnen de 23 uur te blijven. Als mijn Garmin de benodigde hoogtemeters aangeeft ben ik inderdaad op het berekende punt aangekomen en kan even uitrusten op het inmiddels bekende bankje en geniet nog eens van het prachtige uitzicht. Omdat ik nog wel voor de 10.000 hoogtemeters wil gaan stap ik weer op de fiets en rijd naar de top waar ik een oude Italiaanse fotograaf foto’s van mij laat maken bij het bord op de top – het is ‘mijn’ berg nu!

In tegenstelling tot Everesten hoeft je voor de High Rouleurs Society (uitdaging The Limit) niet op dezelfde berg te blijven. Ik kan dus de hoogtemeters die ik de vorige ochtend heb gereden (632 meter) alvast bijtellen. Het stukje van de 8848 meter tot de top pak ik ook al mee en op de terugweg het hotel in La Val kom ik ook nog zo’n 200 hoogtemeters tegen. Om er zeker van te zijn dat ik over de 10.000 meters heen ga besluit ik om af te dalen naar ongeveer het punt waar ik vóór het ontbijt was gestopt en zo het ‘makkelijke’ bovenste deel van de klim nogmaals te rijden en zo op een totaal van 16 maal Passo Gardena te komen. Voor de laatste keer bereik ik de top, kijk nog eens goed om mij heen, neem het fraaie uitzicht in mij op en daal soepel af naar Tommy’s hotel. Ik haal mijn spullen op, betaal de rekening en maak mij op voor het laatste stukje, 10 kilometer vooral bergaf richting La Val en daarna nog een gemeen klimmetje van 192 hoogtemeters naar het hotel. De weg van Corvara naar La Val is bijzonder druk met vrachtverkeer en fietsers in voorbereiding op de Maratona. Voordat ik aan de laatste klim begin stop ik even om iets te drinken. De benen zijn nu behoorlijk leeg en de korte slotklim belooft een pijnlijke te worden, zeker nu ik met een zware, grote rugzak omhoog moet. Op het kleinste verzet en met de laatste restjes wilskracht stoemp ik mijn weg omhoog, tijdens deze klim de grens van 10.000 meter overschrijdend! Ik heb het gehaald, maar ben te moe om echt blij te zijn.

 Als ik het hotel bereik is iedereen bezig met de tweede trainingsronde, waardoor ik in alle rust mijn fiets naar mijn kamer kan nemen en na een heerlijke douche in bed kan storten. Ik zet mijn wekker om half zeven ’s-avonds, een uurtje voordat het diner begint, maar na twee en een half uur ben ik al weer wakker. Nog brak van de inspanning en de nacht doorhalen kleed ik mij aan en ga naar buiten om even te wandelen, Instagram en Strava te checken op reacties en lekker te zitten op een bankje voor het hotel. De eerste reisgenoten die ik spreek is een sympathiek stel uit Zandvoort waarvan de man op de eerste trainingsrit gevallen blijkt te zijn en daarom vandaag de training laat voor wat hij is. Voorafgaand aan mijn poging spraken wij elkaar al tijdens het ontbijt en daardoor waren zij als één van de weinigen op de hoogte van mijn plannen. In het naastgelegen supermarktje hebben ze snel een fles champagne gekocht en feliciteren mij met het volbrengen van de uitdaging. Op de vraag: “hoe voel je je nu, nu het gelukt is?” moet ik een antwoord schuldig blijven, nog te moe om direct te reflecteren op de gebeurtenissen van het afgelopen etmaal. Het gevoel van euforie ontbreekt ook, ondanks dat ik wel enorm blij ben dat het is gelukt en alles goed en veilig is verlopen. Het was lang, hoog en zwaar en zoals verwacht werd het op sommige punten pijnlijk, maar zoals vaak is het streven naar iets leuker dan het bereiken er van, of zoals Rick de Leeuw het ooit zong: ‘De jacht is mooier dan de vangst’ Wel blijft voor altijd de herinnering aan een mooi etmaal op de Passo Gardena waarin ik voor mijzelf diverse grenzen heb verlegd.

Meer verhalen van Cycloners >

Ook werken bij Cycloon? Check onze vacatures >